Implantaten

Implantaat behandeling

Het is goed mogelijk dat er om wat voor reden dan ook een tand verloren gaat. Een uitneembare voorziening (prothese) of een brug kunnen het verlies van een tand opvangen. Soms zijn deze oplossingen niet mogelijk of gewenst. Een implantaat zou dan een goede optie kunnen zijn. Een implantaat is een kunstwortel en vervangt de natuurlijke tandwortel, het heeft de vorm van een schroef en is gemaakt van titanium. Titanium is biocompatibel waardoor het lichaam het implantaat niet afstoot. Sterker nog het titanium is dusdanig bewerkt dat botcellen erop kunnen aanhechten. Op het implantaat kan een kroon of een andere constructie gemaakt worden.

Eerste Bezoek

Tijdens uw eerste bezoek zullen er vele punten besproken worden. Voor het opstellen van een behandelplan is het namelijk van groot belang dat we niet alleen weten wie u bent maar ook wat de toestand van uw gebit en uw tandvlees is. De volgende handelingen vinden plaats:

  1. Algemene anamnese
  2. Tandheelkundige anamnese
  3. Uitgebreid mondonderzoek
  4. Röntgenfoto's nemen of CT scan van de kaken
  5. Uitleg Implantologie

Aan de hand van deze gegevens stelt de parodontoloog een behandelplan en een begroting voor u op, welke in een volgend bezoek met u besproken word. Een grondig vooronderzoek is noodzakelijk om de behandeling zo vlot mogelijk te laten verlopen en het resultaat te optimaliseren. Er wordt een begroting opgesteld en besproken voor de geplande implantaatbehandeling.

Behandeling  

Wanneer het behandelplan en de begroting zijn besproken kan de behandeling beginnen.

Botopbouw

Een implantaat staat stevig doordat er voldoende kaakbot omheen aanwezig is. Wanneer een tand verloren gaat, gaat ook de functie van het omringende kaakbot verloren, daardoor resorbeert het kaakbot. Met andere woorden het kaakbot slinkt. Wanneer een tand of kies verloren gaat door een ontsteking aan de wortelpunt of aan het omringende tandvlees gaat dit vaak gepaard met verlies van het omringende kaakbot. Er zijn dus situaties waarbij er niet voldoende kaakbot is om houvast te bieden aan het implantaat. In die gevallen zal er kaakbot gecreëerd moeten worden.
Wanneer er niet al te veel kaakbot verloren is gegaan, kan de plaatsing van het implantaat samen gaan met de botopbouw. In de mondholte wordt bot weggehaald en indien nodig gemengd met kunstbot. Het implantaat wordt geplaatst en daar waar het implantaat vrij ligt wordt het ten eerste bedekt door uw eigen bot en indien nodig afgedekt met het kunstbot en een lapje wat er voor zorgt dat er geen weefsel ingroeit.
Soms is het verlies van kaakbot zo veel dat het implantaat niet geplaatst kan worden. Er zal eerst een botopbouw plaats moeten vinden. In tweede instantie kan over gegaan worden op het plaatsen van het implantaat. De inhelingsfase zal afhankelijk van de hoeveelheid opgebouwd bot 4 tot 8 maanden duren.

Implantaatplaatsing

Onder lokale verdoving wordt een sneetje gemaakt in het tandvlees, waarbij het onderliggende kaakbot wordt vrijgelegd. In het bot wordt een gaatje geboord. De diameter van dit gaatje komt overeen met de diameter van het implantaat. Het implantaat wordt in het kaakbot geschroefd. Op het implantaat komt een plat afdekschroefje en het tandvlees wordt terug geplaatst en gehecht. Het implantaat kan nu inhelen.
Tijdens de inhelingsfase integreert het implantaat met het kaakbot. De tijd van inhelen is afhankelijk van de aangetroffen kwaliteit van het kaakbot en varieert van 2 tot 6 maanden.
Na de inhelingsfase wordt het platte afdekschroefje vervangen door een hoger schroefje, wat door het tandvlees heen steekt. Het tandvlees moet 2 weken helen rondom dit schroefje.

Prothetisch gedeelte

Nu kan begonnen worden met de vervaardiging van de kroon, brug of `klikprothese`. Deze behandeling vindt plaats bij uw algemene tandarts. Het implantaat wordt afgedrukt en er wordt een kleur voor de nieuwe tanden gekozen. Deze kroon, brug of prothese wordt gemaakt in het tandtechnisch laboratorium en een tandtechnieker heeft enkele weken tijd nodig voor de vervaardiging hiervan.

Onderhoud van implantaten

Een implantaat is net als uw eigen tanden gevoelig voor tandvleesontstekingen. Het is dus van cruciaal belang dat de regio rondom het implantaat, zowel door u als door een professional, goed gereinigd wordt.
Heeft u een implantaat met kroon ter vervanging van één of meerdere tanden gekregen dan moet u naast het poetsen de regio tussen tand en het implantaat of de regio tussen de implantaten tenminste een keer per dag met een goed passende interdentale borstel of floss reinigen. Dit is dus dezelfde regel als voor uw eigen tanden.
Interdentale borstels genieten de voorkeur boven tandenstokers. Borsteltjes halen namelijk meer tandplaque weg dan tandenstokers. De borsteltjes zijn verkrijgbaar in vele maten, van zeer smal tot extra groot. Om de tandplaque goed te verwijderen, moet de borste met lichte weerstand tussen de tanden en kiezen doorgaan. Hoe groter de ruimte tussen de kiezen en/of implantaten, hoe groter dus de borstel.
De interdentale borstel pakt u bij het metalen steeltje en u duwt de kant met de haren voorzichtig tussen de tanden en kiezen. Vervolgens haalt u de rager ongeveer 5 keer heen en weer. Let er op dat het metaal van het borsteltje de tanden en/of implantaten niet raakt! Om achter in de mond gemakkelijker te kunnen reinigen, is het handig om de mond een beetje te sluiten zodat de spanning van de wangen vermindert.

En verder?

Uit jarenlang onderzoek is gebleken dat de levensduur van een implantaat met kroon afhangt van het dagelijks onderhoud door u, maar ook door een professional. Er zijn plaatsen waar u niet bij kunt komen. Een tandarts/parodontoloog heeft de juiste kennis, vaardigheid en instrumenten om deze plaatsen te bereiken en schoon te maken. Daarom komt u zes weken na het plaatsen van de kroon terug voor een controle. Er wordt dan gekeken of de geadviseerde mondhygiëne goed uitgevoerd wordt. Wanneer er dan plak of tandsteen aanwezig is dan wordt dit verwijderd met extra aandacht voor het implantaat. Tevens wordt de mondhygiëne bijgestuurd en de rest van de tanden en kiezen worden dan ook indien nodig schoongemaakt.

Controle met röntgenfoto’s

Verder is een röntgenologische controle 1 jaar na het plaatsen van de kroon en daarna om de 2 jaar van belang om een eventuele ontsteking van het bot rondom het implantaat vroegtijdig te diagnosticeren. Deze controle gaat gepaard met het nalopen van de mondhygiëne en een uitgebreide reiniging van het implantaat en de rest van de tanden indien noodzakelijk.